Voorgeschreven rapportages

Rente en renteverdeling

Voor de begroting 2023 wordt rekening gehouden met € 6,4 miljoen aan te betalen rentekosten (begroting 2022: € 6,5 miljoen).

Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 6,9 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa (programma’s en voorzieningen) en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Aan de grondexploitaties wordt € 0,2 miljoen vergoed. 

Het verwachte renteresultaat voor 2023 komt op € 0,7 miljoen (2022: € 1,3 miljoen). Dit renteresultaat maakt deel uit van het resultaat van het taakveld treasury.

De afname van het renteresultaat ten opzichte van 2022 wordt met name veroorzaakt door een lagere doorbelasting aan de grondexploitaties vanwege de afname van de boekwaarden.

Schema rentetoerekening 2023

(bedragen x € 1.000)

De externe rentelasten voor de korte en lange financiering

6.430

De externe rentebaten

-32

Totaal door te berekenen externe rente

6.398

De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend

-191

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering

-191

Saldo door te berekenen externe rente

6.207

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde

0

Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen

0

De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

6.207

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)

6.948

Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)

-741

In de programmabegroting 2023-2026 zijn voor de verschillende renten de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Omslagrente

2,25%

2,25%

2,25%

2,25%

Rente over boekwaarden grondexploitaties

1,95%

1,95%

1,95%

1,95%

Rekenrente in de grondexploitaties

1,95%

1,95%

1,95%

1,95%

Rekenrente aan te trekken kort geld

1,00%

1,30%

1,60%

1,75%

Rekenrente aan te trekken lang geld

2,50%

2,70%

2,90%

3,00%

De hoogte van de omslagrente, de rente over de boekwaarden van de grondexploitaties en de hoogte van de rekenrente in de grondexploitaties zijn vastgesteld op basis van de voorschriften die het BBV hiervoor stelt.

Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de ontwikkeling van de renteniveaus waartegen we kunnen lenen, op enig moment naar moet worden bijgesteld. Bij het tweede ijkmoment van 2023 zal een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaatsvinden en eventuele budgettaire consequenties, mogelijk ook voor het begrotingsjaar 2023 worden verwerkt. De verwachting is overigens dat de 2,25% omslagrente enige jaren kan standhouden.

De rekenrentes voor aan te trekken kort- en lang geld zijn afgeleid van de marktverwachtingen zoals deze golden op 20 september 2022.

De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2023 op de niveaus van medio 2022 zullen blijven, maar op enig moment nog wel iets zullen gaan oplopen. Vanwege de toenemende onzekerheid in de verdere toekomst is de verwachting dat het oplopen van de rente zich vanaf 2023 zal gaan manifesteren en daarna, zij het marginaal, zal voortzetten.

Kasgeldlimiet

Om grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente te vermijden is de omvang van de korte financiering door de wet FIDO begrenst op maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 0,3 miljoen. Het is hierbij niet toegestaan meer dan twee kwartalen achtereen de kasgeldlimiet te overschrijden.

Kasgeldlimiet

Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)

Rekening 2021 ultimo

Begroting 2022 gemiddeld

Begroting 2023 1e kwartaal

Begroting 2023 2e kwartaal

Begroting 2023 3e kwartaal

Begroting 2023 4e kwartaal

Begrotingstotaal (primitief)

300

298

324

324

324

324

In procenten van de grondslag

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

Kasgeldlimiet

26

25

32

32

32

32

Gemiddelde kortlopende schuld (-/- = schuld, + = tegoed)

23

-17

-14

-21

-19

-21

Vrije ruimte

49

8

18

11

13

11

Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeente Gouda de renterisico's op korte schuld beheerst binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders. Bij een eventuele transactie waarbij korte schuld wordt omgezet in lange schuld, beïnvloedt dit de ruimte onder de limiet positief.

Renterisiconorm

Om grote fluctuaties in de rentelasten bij lange financiering te vermijden is door de wet FIDO bepaald dat een gemeente elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag aflossen. Doel van de norm is dat gemeenten de renterisico’s over de jaren spreiden.

Onderstaand de renterisico’s met betrekking tot de vaste schuld.

Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)

2023

2024

2025

2026

Grondslag: omvang begroting per 1 januari

Begrotingstotaal

324

310

312

310

Norm (%)

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

65

62

62

62

Aflossingsverplichtingen op vaste schuld

16

17

17

18

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

49

45

45

44

Bovenstaande tabel geeft aan dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente Gouda in de periode 2023 tot en met 2026 ruim binnen de wettelijk gestelde normen blijft.

Kredietrisico

De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de Rijksoverheid of medeoverheden.

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Rekening 2021

Begroting 2022

Ultimo 2022

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Publieke taak

Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen

56

43

43

43

43

43

43

Leningen aan woningbouwcorporaties

0

0

0

0

0

0

0

Prudent beheer

Financiele instellingen (rating A en hoger)

2.361

2.353

2.353

2.353

2.353

2.353

2.353

Overige (semi-)overheidsinstellingen

40.000

40.000

0

0

0

0

0

Overige toegestane instellingen

0

0

0

0

0

0

0

Overige niet toegestane instellingen

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

42.417

42.396

2.396

2.396

2.396

2.396

2.396

De uitzettingen bij financiële instellingen met een rating van A of hoger betreffen met name uitzettingen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.

De uitzetting in ’s Rijks Schatkist die op 1 januari 2022 € 40 miljoen bedraagt zal eind 2022 zijn aangewend ter dekking van de lopende financieringsbehoefte.

Naast het verstrekken van kredieten, verleent de gemeente Gouda uit hoofde van de publieke taak in uitzonderlijke gevallen een borgstelling richting derden (voor een toelichting, zie het onderdeel Niet uit de balans blijkende verplichtingen uit de jaarstukken).Het kredietrisico op borgstellingen wordt periodiek gewaardeerd en meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).

Liquiditeitenrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat er onvoldoende middelen zijn om aan directe betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dit doet zich voor indien de met BNG Bank overeengekomen kredietlimiet van

€ 10 miljoen op onze rekening-courant wordt overschreden. Dit risico wordt beheerst door een actief liquiditeitenbeheer dat wordt ondersteund door een permanent onderhouden liquiditeitsplanning met een horizon van ongeveer 2 jaar.

Op basis van onderbouwde voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie worden ondernomen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. De liquiditeitsplanning wordt ook ingezet als hulpmiddel om de renterisico's te bepalen en het dagelijks saldo te beheren.